Initiatiefwetsvoorstel structurele bekostiging GVO en HVO

Initiatiefwetsvoorstel structurele bekostiging vormingsonderwijs op openbare basisscholen

Op dit moment wordt godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (GVO en HVO) in het openbaar onderwijs gesubsdieerd. De kamerleden Ypma (PvdA), Voordewind (CU) en Rog (CDA) hebben een initiatiefwetsvoorstel ingediend om deze subsidie om te zetten in structurele bekostiging. Op donderdag 7 juli is in de procedurevergadering van de Tweede Kamercommissie van OCW besloten dat de plenaire behandeling van het wetsvoorstel na de zomer zal plaatsvinden.

Eind maart nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel in behandeling. In eerste instantie schriftelijk. De indieners van het voorstel hebben onlangs op de schriftelijke vragen gereageerd. In de schriftelijke ronde worden diverse vragen over dit onderwijs en de structurele bekostiging ervan gesteld. De indieners wijzen erop daarbij op dat het gaat om onderwijs dat gegeven wordt op verzoek van ouders. Zij hebben het recht te kiezen voor openbaar onderwijs voor hun kind. De meerwaarde van GVO en HVO is dat daarin verdieping van godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming door professionele en betrokken insiders kan worden geboden en versterkt. Het geven en bepalen van de inhoud valt buiten de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school en rekent de wetgever als verantwoordelijkheid van levensbeschouwelijke organisaties. Dit is vastgelegd in de artikelen 50 en 51 van de Wet PO.

Continuering

De initiatiefnemers maken duidelijk dat structurele financiering de noodzakelijke rechtszekerheid biedt ten aanzien van continueren van het kwalitatief verantwoorde aanbod van GVO en HVO. Het biedt tevens aan docenten voldoende carrièreperspectief. Aan hen worden door de overheid gestelde kwaliteitseisen gesteld. Dit is vastgelegd in de Wet BIO. In antwoord op de SP-fractie wordt gemeld dat mocht het onderwijs niet aan de gestelde eisen voldoen, eventueel een bekostigingssanctie kan worden opgelegd.

Meerwaarde

Naar aanleiding van vragen van de PvdA-fractie wordt opgemerkt dat in dit vormingsonderwijs gewerkt wordt aan en vanuit belangrijke waarden: gelijke vrijheid, erkende diversiteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Deze waardenontwikkeling kan ook tot meerwaarde voor de hele school gerekend worden. Docenten GVO en HVO brengen een deskundigheid met zich mee die de openbare school niet zelf kan bieden. Het kennisaspect wordt zoveel mogelijk gedeeld met de school, die zelf verantwoordelijk is voor het kennisgebied geestelijke stromingen. Dit delen van kennis op zich heeft al meerwaarde.

Behoefte aan levensbeschouwelijk onderwijs

De aantallen leerlingen die met GVO en HVO worden bereikt, bevestigen een blijvende behoefte aan dit vormingsonderwijs. De wet maakt dit onderwijs al mogelijk; met dit wetsvoorstel kan structurele financiering geregeld worden van dit onderwijs dat aanvullend op dat van het openbaar onderwijs zelf gegeven kan worden.

Vervolg

De bespreking van de vragen is uitvoerig en is te lezen in de nota naar aanleiding van het verslag. We hopen dat de leden van de Tweede Kamerfracties hiermee goed zicht hebben gekregen op het vormingsonderwijs dat GVO en HVO biedt en dat zij van het belang daarvan overtuigd zijn, zodat het wetsvoorstel na de zomer met een overtuigende meerderheid door de Tweede Kamer aanvaard zal worden!