Blog

Welk Godsbeeld heb jij?

Elsbeth Voets

Welk Godsbeeld heb jij?

“Ik ga zo even naar God toe." "Wat ga je daar doen, dan?" "Spelen." of  “God kan alles doen wat Hij zegt. Het lijkt wel een sprookje. Alleen dan is het niet echt. Bij God wel”. De zaal hing vol met uitspraken en tekeningen van kinderen. Deze uitspraken waren uitnodigend op het mini-symposium over Godsbeelden van kinderen en jongeren, dat JOP en PC GVO organiseerden in Utrecht op 2 april jl. Tijdens het symposium sprak de Duitse godsdienstpedagoog prof. dr. Gerhard Büttner.   

De zaal zat vol met PC GVO-docenten, predikanten, jeugdwerkers. Corina Nagel, medewerker Kerk en School van de Protestantse Kerk, opende het symposium met Psalm 23 uit de Samenleesbijbel. Psalm 23 gaat over een herder, een beeld van God. Aan de hand van deze psalm had Corina kinderen de vraag voorgelegd: “Kun jij nog een beroep bedenken waar je God in kunt zien?” En ja, dat konden ze zeker:

God is eigenlijk alle ‘112 beroepen’(brandweer, politie, ambulance) bij elkaar.

In de lezing stond het theologiseren van kinderen centraal. Het theologiseren met en voor kinderen kwam in de gesprekken naar voren die we hadden na de lezing. Barbara Bas, medewerker scholing van PC GVO, zette ons aan het werk om ons eigen Godsbeeld te vangen op papier. Dat hielp om je bewust te worden van de Godsbeelden die je zelf als kind had en zo gevoel te krijgen bij het thema.   

 

Prof. dr. Büttner nam ons mee in de wereld van de Godsbeelden van kinderen en jongeren. Zowel kinderen als volwassenen beschikken over  antropomorfe (menselijke) én abstracte beelden van God. Kinderen met een godsdienstige opvoeding hebben een Godsbeeld dat meegroeit in hun ontwikkeling. Zij krijgen steeds weer bouwstenen aangereikt om een Godsbeeld op te bouwen. Daarbij nemen de kinderen de informatie die ze krijgen niet één op één over maar zij verwerken dit in een eigen beeld.

 

Als docent en als volwassene neem je een bijzondere plaats in bij de ontwikkeling van de Godsbeelden van kinderen. Neem als voorbeeld het wassen van je handen. Wij geven aan dat het belangrijk is om je handen te wassen omdat er bacteriën aanwezig zijn. De kinderen zelf zien geen bacteriën en zij moeten vertrouwen op wat jij als volwassene zegt. Iets vergelijkbaars kan spelen als je kinderen meeneemt in Bijbelverhalen en verhalen over God.

De bijzondere rol die je als volwassene hebt bij de ontwikkeling van het godsbeeld wordt ook nog op een andere wijze zichtbaar. Kinderen geven jou (de docent of jeugdwerker of opvoeder) ook in vertrouwen informatie als zij uitspraken doen over God of tekeningen maken.

 

Het voorbeeld van de bacteriën illustreert dat de onzichtbaarheid van God als ‘lastig’ kan worden ervaren. Maar kinderen blijken al gedachten te hebben die opvallende parallellen hebben met een filosofische zoektocht naar God. Büttner noemt als voorbeeld de vraag van een kind naar de vlooien op een kat. Waar komen de vlooien van de kat vandaan? Het antwoord: de vlooien komen van een andere kat. En daarvóór zaten ze weer op een andere kat. Het kind realiseert zich dat je zo eindeloos kan terugredeneren. Onvermijdelijk komt de vraag op: wanneer en hoe is het verhaal van de vlo begonnen?

 

Hoe kunnen wij die empirisch gezien onzichtbare God nu toch voor kinderen aanwijzen in het dagelijks leven? Dat kunnen wij doen door zogenaamd ‘dubbel’ te spreken over God. Aan de ene kant kunnen we bijvoorbeeld het weer wetenschappelijk verklaren en zijn er weersvoorspellingen. En daarnaast kan vanuit gelovig perspectief in het weer of in de natuur Gods kracht zichtbaar worden.

 

We hebben het over Godsbeelden maar hoe ga je om met kinderen die aangeven God niet te mogen tekenen? Met deze leerlingen kun je wel spreken over God. Een van de uitspraken in de zaal geeft dit goed weer. Een islamitische leerling heeft een beschrijving gegeven:

Je ziet hem niet.

Je hoort hem niet.

Je voelt hem ook niet.

Maar in gedachten zie je hem of haar wel.

Onderzoek laat ook zien dat kinderen en jongeren van nu God vaak zien als ‘therapeutische butler’. God moet er zijn als je hem nodig hebt maar je moet vooral geen ‘last’ van Hem hebben. Dit Godsbeeld daagt ons als volwassenen uit om de kinderen en jongeren ook andere beelden van God aan te reiken.  

 

De Godsbeelden van kinderen en volwassenen hebben ook te maken met hoe zij zelf zijn en in het leven staan. Het is belangrijk om te ontdekken wat de kinderen al weten. En wees je bewust van het feit dat je zelf niet alles weet. Als volwassene is het goed om dit richting de kinderen ook uit te spreken. Je nodigt hen daarmee uit om samen verder te zoeken of om samen te ontdekken dat er niet altijd antwoorden te vinden zijn op vragen.  

 

De lezing over Godsbeelden van kinderen en de ontmoeting met elkaar inspireren om in gesprekken met kinderen open te staan, te luisteren en hen bouwstenen aan te reiken om hun Godsbeeld verder te ontwikkelen.