Blog

Verwonderen

Marleen Boon - docent PC GVO

Verwonderen

‘Juf, ik geloof niet in God want in het lied van Kerst zingen ze: Midden in de winternacht, ging de hemel open. Nou, dat kan toch helemaal niet juf. De hemel kan toch niet zomaar open gaan! Dus daarom geloof ik niet in God.’

Pien uit groep 3/4 heeft een dilemma. In de kring hebben de leerlingen de ruimte om vragen te stellen, dilemma’s voor te leggen. Soms is een dilemma van een kind ineens een dilemma voor mij. Want hoe leg ik het verschil uit tussen letterlijk en figuurlijk aan kinderen van 7 jaar? Pien hoeft helemaal niet te geloven. Wat ik wil is Pien laten verwonderen.

 

‘Wat zien jullie op deze afbeeldingen?’

Nova: ‘De zon schijnt door de wolken. En dan wordt het licht beneden op de grond.’

‘Maakt de afbeelding je vrolijk, verdrietig of bijvoorbeeld boos? En waarom?’

Kay: ‘Ik word er vrolijk van, alles is zo mooi licht!’

Pien: ‘Ja, haha, ik moet denken aan het lied, dat de hemel openging!’

Matthijs: ‘Ja, maar de hemel kan toch niet opengaan, dat heb je zelf gezegd Pien!’

‘Stel dat de hemel wel open zou kunnen gaan, hoe zou dat er dan uitzien denken jullie?’

Kay: ‘Dan gaat er een deurtje open en komt er een trap naar beneden, net als bij het verhaal van Jezus die naar de hemel gaat, toch?’

Matthijs: ‘Nee, joh! Dat kan toch helemaal niet: een trap die naar beneden komt!!’

‘Maar hoe stel jij je het voor als de hemel open zou gaan?’

Matthijs: ‘Ja, dan komt er veel licht, net als dat gat in de wolken.’

Pien: ‘Ja, en dan wordt alles heel mooi van kleur en wordt iedereen heel vrolijk.’

‘Zou het daar niet over kunnen gaan: als de hemel opengaat. Dat je ergens heel blij van wordt en weet dat het goed komt?’

Matthijs: ‘Oh, dus de hemel gaat niet echt open, maar iedereen is gewoon heel blij!’

Saar: ‘Ja, zo blij dat ze er van gaan zingen.’

‘Word jij wel eens ergens heel blij van? Zo blij dat het er van kriebelt in je buik?’

Saar: ‘Nou, dat voel ik niet in mijn buik hoor, maar bij mijn hart, hier!’

Pien: ‘Ik word blij van K3, dan word ik heeeeel vrolijk en ga ik dansen.’

Pien: ‘Nou, het gaat dus over blij zijn, maar ik geloof nog steeds niet in God hoor!!’

 

Het dilemma van het begin van de les is veranderd in een moment van verwondering. Alle leerlingen in het groepje hebben het gevoeld en ervaren. Ik ook. Want hoe bijzonder is het dat deze leerlingen niet alleen de tijd en ruimte krijgen om te leren over de verhalen, maar daarnaast ook de symbolische waarde ervan mogen voelen en ervaren. Niet om er uit te komen als gelovige mensen, maar om met deze ervaringen een rijker mens te worden.

 

Dit gesprek vond afgelopen jaar plaats, net na de kerst. Nu, bijna een jaar later, steek ik de adventskaarsen aan. Iedere week eentje meer, zo ook in deze groep. Bij de eerste kaars bespreek ik met hen waarom we deze kaarsjes laten branden en vertel over het steeds groter wordende licht. De aanvulling van Pien is voor mij opnieuw een pareltje:

Van licht word je blij en gelukkig, net als in het lied over de hemel die open gaat!

De verwondering van een jaar geleden heeft ervoor gezorgd dat zij de waarde van het licht niet meer zal vergeten. Juist dat maakt dit onderwijs voor mij zo uniek en waardevol.