‘Ik ben niet zo van de dogma’s’

Annemarie van den Berg

Oud-docente godsdienstig vormingsonderwijs Anneke van Wijngaarden blikt terug op haar lange loopbaan:

 

‘Ik ben niet zo van de dogma’s’

Het was godsdienstjuffrouw Luring die Anneke van Wijngaarden inspireerde om te gaan studeren aan een christelijke PABO. ‘Daar waren mijn ouders niet zo over te spreken. Ze vonden het eigenlijk een beetje te min en snapten niet zoveel van mijn fascinatie voor het christelijk geloof.’ De inmiddels 76-jarige blikt terug op een boeiend leven waarin godsdienstig vormingsonderwijs een grote rol gespeeld heeft.

Anneke groeide samen met haar broertje en twee zusjes op in een vrijzinnig gezin in Heemstede. ‘Mijn moeder had een Evangelisch-Lutherse achtergrond, maar had weinig met het geloof. Mijn vader was juist wel erg geïnteresseerd en las ook theologische boeken, maar hij worstelde er tegelijkertijd tot zijn dood mee.’ Het lag daarom niet erg voor de hand dat Anneke zo geraakt zou worden door het christelijke geloof dat het de loop van haar hele leven zou bepalen.

Eye-opener

‘Ik ging naar een openbare kleuter- en basisschool waar ik godsdienstles kreeg van juffrouw Luring. Ik vond de verhalen die ze vertelde prachtig! Zij gaf ook zondagschool en daar mocht ik van mijn ouders naar toe. Ik herinner me nog goed de bewuste zondag in 1953; de watersnoodramp in Zeeland had net plaatsgevonden. We waren er allemaal erg ontdaan door, en juffrouw Luring bad toen voor alle slachtoffers. Dat maakte zo’n indruk op mij! Het was een enorme eye-opener toen ik merkte dat de godsdienstles ook te maken had met het gewone leven van alledag!’

Een ander bepalend moment was toen Anneke – die inmiddels grote belangstelling toonde voor de Bijbel – in de kast van haar ouders een kinderbijbel vond van de Deen Kaj Munk. Hier stonden plaatjes in van Bijbelse personages die eruit zagen als hedendaagse personen. ‘Het waren dus niet alleen maar mooie verhalen van vroeger, maar het ging ook over het leven van nu.’ Ze zeurde net zo lang bij haar vader, die af en toe naar de kerk ging, of ze mee mocht. ‘Mijn ouders vonden de kerk maar niks voor kinderen. Mijn vader zei: “Je vindt er niks aan, het is hartstikke saai!” Maar ik vond het helemaal niet saai! Dat samen zingen en bij elkaar zijn in de kerk vond ik juist prachtig!’

Licht

Een soort van roeping of bekering – Anneke gebruikt die termen voorzichtig – ervoer ze toen ze als 14-jarige met twee vriendinnen bijeenkomsten van Youth for Christ bezocht. ‘Er was een spreker die het bekende Bijbelvers: “Komt allen tot mij die vermoeid en belast zijt”, voorlas en vervolgens mensen uitnodigde om naar voren te komen. Ik wilde wel, maar deed het niet, bang als ik was voor de reactie van mijn vriendinnen. Maar vanbinnen had ik het gevoel alsof ik werd opgenomen in licht. Ik ben die ervaring nooit vergeten!’

Anneke werkte na haar PABO een aantal jaren op een christelijke basisschool, en moest daar mee stoppen toen ze trouwde en kinderen kreeg. ‘Dat ging toen nog zo.’ Omdat ze toch graag wat bleef doen met haar liefde voor kinderen en godsdienstles werd ze actief in het zondagsschoolwerk. ‘Een vrouw die daar ook bij betrokken was, en onderwijzeres was op een openbare school, zei tegen mij: “Is vormingsonderwijs niet iets voor jou?” En zo ben ik het werk ingerold.’

Pionieren

Destijds was het vormingsonderwijs nog nauwelijks georganiseerd. ‘Het was echt pionieren. Er was geen methode en op elke school – ik werkte na verloop van tijd op vijf verschillende scholen in Rotterdam – ging het anders.’ Hoewel ze door haar ervaring in het onderwijs snel haar draai vond, werd ze op sommige scholen ook met vijandigheid en wantrouwen bejegend. ‘Op een school in het bijzonder waren ze echt anti-godsdienst. Hoewel de directeur mij had gevraagd om godsdienstles te geven, waren de overige docenten het hier niet mee eens. Ze vroegen of ze mij mochten interviewen voor de Schoolkrant en het resultaat was een heel negatief stuk vol vooroordelen met als doel mij belachelijk te maken. Ik zat er enorm mee in mijn maag, maar mijn man zei: “Laat het ze maar publiceren.” Dat verhaal gaf een heel gedoe, ook ten positieve, want veel ouders namen het voor mij op en eisten dat er een nieuw en eerlijker verhaal gepubliceerd zou worden.’

Vaak kwamen zowel ouders als collega-docenten die eerst wantrouwig waren, er later bij Anneke op terug. ‘Ik herinner me nog een collega die ontzettend anti was en die achter in de les bleef zitten toen ik godsdienstles gaf. Na afloop zei hij tegen mij: “Zoals jij het verteld, zou ik het bijna gaan geloven.” Anneke lacht smakelijk. ‘Hij was zo geïrriteerd dat ik niet voldeed aan de vooroordelen die hij had.’

Moeilijk vak

Toch snapt Anneke terugkijkend wel iets van de vooroordelen die er leefden over godsdienstonderwijs. ‘Er waren mensen bij die zich na jarenlange onderdrukking ontworsteld hadden aan het geloof. En dan werden ze er nu – via mij – weer aan herinnerd. Die agressie kwam er allemaal uit. Daarbij is godsdienstles een moeilijk vak. Het vraagt veel gevoeligheid om het op de juiste manier te geven, want je kunt ook veel stukmaken. Ik ben van jongs af aan ruimdenkend geweest, en niet zo van de dogma’s. Het gaat mij om de kinderen. Die moet je vooropstellen.’

‘Mijn manier van lesgeven is door de tijd heen veranderd’, vervolgt ze. ‘Want ik word ook gevormd en geïnspireerd door de kinderen. Zo had ik het in een les aan groep 6 een keer over het Bijbelverhaal waarin Jezus verzocht wordt in de woestijn. De duivel zegt dan tegen Jezus: “Verander deze stenen in brood”. Toen stak een jongen zijn vinger op en zei: ‘Ik weet welke stenen dat zijn. Dat zijn de Tien Geboden.” Ik was met stomheid geslagen, al had hij waarschijnlijk geen flauw idee hoezeer zijn woorden een doordenker waren. Kortom, ik was er niet alleen om de kinderen iets te leren, ik heb ook zoveel geleerd van hen.’

Nieuwsgierig

Omdat ze lesgaf in de buurt waar ze ook woonde met haar man en twee kinderen, kwam ze geregeld schoolkinderen tegen. ‘He, daar is de juf van God’, hoorde ze dan een kind roepen. ‘Soms schaamde ik me daar een beetje voor’, lacht ze. Via ouders hoorde ze ook nog weleens dat kinderen – mede door haar lessen – later theologie waren gaan studeren. ‘Dat vind ik zo mooi. Maar het is nooit mijn doel geweest om kinderen op een bepaalde manier te laten denken. Ze moeten zelf hun weg gaan. Hoewel je dit werk alleen kunt doen vanuit een diepe persoonlijke motivatie, moet je oppassen dat je die persoonlijke motivatie niet oplegt aan de kinderen. Alleen in die situaties waarin de kinderen specifiek iets aan mij vroegen, ging ik in op mijn eigen verhaal.’

Voor Anneke is vormingsonderwijs anno 2020 belangrijker dan ooit. ‘Als kinderen nooit meer iets horen over de grote verhalen, dan denk ik dat de samenleving verhardt. Het is volgens mij van levensbelang dat je oog hebt voor de humaniteit. Dat is ook wat Jezus voorleefde: Heb je vijanden lief. Dat kan volgens mij alleen als je niet te dogmatisch bent, want dan gaat het juist de verkeerde kant op. Als docent Vormingsonderwijs is het belangrijk dat je openstaat, dat je oog hebt voor de blinde vlekken van jouw eigen religie en vooral ook: dat je nieuwsgierig bent.’

 


Anneke van Wijngaarden (1943) werkte jarenlang als docente godsdienstig vormingsonderwijs op openbare basisscholen in Rotterdam. Daarnaast was ze o.a. bestuurslid van IKOS Rotterdam (Interkerkelijk Overleg in Schoolzaken) en secretaris van het landelijk IKOS. Ook was ze als opleider betrokken bij workshops en lesmethodes voor Vormingsonderwijs. Anneke is getrouwd en heeft twee kinderen en drie kleinkinderen.